Vanaf 1 juni 2017 presenteren Museum Dr8888 en Stichting Van Doesburg-Rinsemahuis een speciale programmering voor de museumwoning het Van Doesburg-Rinsemahuis. Ondanks de vertraging die is opgelopen in de realisatie van de museumwoning, maken het museum en de Stichting Van Doesburg-Rinsemahuis het bezoekers toch mogelijk om zich onder te dompelen in een heuse De Stijl-ervaring tijdens het themajaar Mondriaan tot Dutch Design.

Programmering
De museumwoning wordt per 1 juni beperkt opengesteld: twee keer per week zullen er stadswandelingen van het museum naar de museumwoning gaan plaatsvinden waarbij men een volledig gerestaureerde voorkamer kan bewonderen. Bezoekers ervaren zo een exclusieve preview van een echt driedimensionaal Stijlschilderij. Let op: de woning is niet op eigen gelegenheid te bezoeken.
Daarnaast is het mogelijk een voorproefje te krijgen van hoe de rest van de woning er uit gaat zien middels een speciaal ontwikkelde virtual reality-app. De app, ontwikkeld door Grendel Games, biedt bezoekers een 3D-inkijk in hoe het huis gaat worden: een virtuele blik achter de schermen. De app VDRH is te downloaden via de Apple en Android playstore,

Meer informatie over de stadswandeling vindt u hier.


Achtergrond Van Doesburg-Rinsemahuis
Begin jaren twintig van de twintigste eeuw speelt Drachten een belangrijke rol in de geschiedenis van de Stijlbeweging. Grondlegger van deze beweging, Theo van Doesburg (1883-1931) raakt tijdens zijn diensttijd, enige jaren eerder, bevriend met de Drachtster schoenmaker en dichter Evert Rinsema (1880-1958). Door de bezoeken die Van Doesburg aan Drachten brengt, breidt de vriendschap zich uit naar Rinsema’s broer: Thijs Rinsema. Thijs (1877-1947) is schoenmaker, maar in zijn vrije tijd actief als kunstenaar.

Papegaaienbuurt
In september 1920 maakt Van Doesburg kennis met de Drachtster architect C.R. de Boer. Op dat moment werkt de gemeentearchitect aan een complex middenstandswoningen. De Boer vraagt Van Doesburg om commentaar op zijn ontwerp en om kleuradviezen voor interieur en exterieur van de woningen. Voor Van Doesburg is dit de eerste grote architectuuropdracht waarin hij zijn nieuwe ideeën over de integratie van beeldende kunst en architectuur kan realiseren. Hij legt zijn ideeën gedetailleerd vast op grote tekeningen, waarvan een groot aantal nu deel uitmaakt van de collectie van Museum Dr8888. Hij adviseert de gevels wit te pleisteren en het houtwerk te voorzien van “pittige” kleuren: rood, geel en blauw. De woningen deden in Drachten zoveel stof opwaaien, dat ze al in 1922 werden overgeschilderd. De scheldnaam ‘papegaaienbuurt’ bleef in gebruik. Zesenzestig jaar later wordt het exterieur van het complex weer geschilderd volgens het originele ontwerp van Van Doesburg.

Op uitnodiging van De Boer werkt Van Doesburg in de periode 1921-1922 aan een opdracht om voor de nieuwbouw van de Rijksland­bouwwinterschool in Drachten glas-in-loodramen te ontwerpen. Voor dit project maakt hij veel schetsen en ontwerptekeningen; ook deze zijn opgenomen in de collectie van het museum. De ramen zijn nog altijd te bewonderen in hun originele standplaats tegenover de middenstandswoningen in de Torenstraat te Drachten. Ook dit gebouw is na jaren weer geschilderd in de kleuren zoals Van Doesburg die in zijn ontwerpen beschreven heeft.