Thijs/Evert Rinsema Tijdgenoten & DaDa

26 maart 2011 t/m 17 juli 2011

Museum Drachten organiseert in het kader van het Thijs/Evert Rinsemajaar 2011 een tentoonstelling over de kring rondom de gebroeders Rinsema, evenals over tijdgenoten waar ze meer of minder contact mee hadden en kunstenaars uit Drachten, die verbonden waren met deze twee vertegenwoordigers van de internationale avantgarde. Gedurende de expositie is behalve van Thijs Rinsema, werk te zien van onder andere:

Theo van Doesburg, Kurt Schwitters, Vilmosz Huszár, Paul Citroen, Charley Toorop, Bart van der Leck, Peter Alma, Gerrit van ’t Net, Otto van Rees en Jan Sluyters.
Maar ook van plaatsgenoten als Ids Wiersma, S.H. de Roos en Jan Planting.

Tijdens de opening wordt het boek ‘Dada in Drachten’ van drs. Remco Heite gepresenteerd.
Als redacteur van het tijdschrift ‘Trotwaer’, wijdde hij in november 1971 een dubbelnummer aan ‘Dada in Drachten’. De contacten van de gebroeders Thijs en Evert Rinsema met de kunstenaars Kurt Schwitters en Theo van Doesburg, leidden tot de laatste Dada-avond in Nederland.
Remco Heite schetst de achtergronden en verhaalt van deze bijzondere gebeurtenis. Veertig jaar later verschijnt de publicatie opnieuw, maar nu volledig in kleur met prachtig nieuw beeldmateriaal.

Tijdgenoten
Het was de dichter Charles Baudelaire, die midden negentiende eeuw het belang benadrukte dat schilders van hun tijd moesten zijn: Être de son Temps. Sindsdien is de moderne schilder verplicht de kenmerken van de eigen tijd te kennen en te bepalen. Kunstenaars als avantgarde, de voorhoede die de weg vrijmaakt voor de anderen.

Door in de tentoonstelling ook werk van tijdgenoten te tonen, ontstaat een beeld van Thijs Rinsema als kenner van zijn tijd maar ook van een avantgardist. Hij was niet zoals Van Doesburg geneigd alles te veroordelen wat afweek van de nieuw ingeslagen weg, maar zijn werk doet bepaald niet onder voor dat van veel groten, die nu wereldwijde faam genieten.

Rinsema’s en Dada
Rond 1920 vinden de nieuwe internationale kunststromingen De Stijl en Dada hun weg naar Drachten, door een bijzondere vriendschap tussen architect en schilder Theo van Doesburg en de broers Thijs en Evert Rinsema. Theo van Doesburg is een van de oprichters van De Stijl, een belangrijke avant-gardebeweging in Europa. De Stijl omvat een groep kunstenaars die nieuwe eisen stelt aan alle vormen van kunst, met de nadruk op architectuur. Uitgangspunt is dat vorm en materiaal worden teruggebracht, tot de meest elementaire constructie. Kleur wordt gebruikt om de lijnen van de architectuur te doorbreken en om evenwicht te brengen tussen horizontaal en verticaal.

Onder het pseudoniem I.K. Bonset werkte Van Doesburg als Dada-kunstenaar.
Het dadaïsme kenmerkt zich door een gemeenschappelijk streven naar vrijheid en speelsheid binnen de kunsten. Het absurde, het gebruik van toeval, maar ook de grenzen oprekken van het domein van de kunsten zien we bij veel dadaïsten terug. Van Doesburg’s dada-werken zijn vooral literair, maar ook als Stijl-kunstenaar publiceert hij literaire werken.

Thijs Rinsema is schilder. Hij schildert het liefst eenvoudige alledaagse voorwerpen, die hij modelleert naar de principes van het kubisme en de Stijl.
Evert Rinsema is dichter. In 1920 verschijnen zijn aforismen ‘Verzamelde volzinnen’ als uitgave van De Stijl.

Thijs en Evert Rinsema leren via Van Doesburg de Duitse dadaïst Kurt Schwitters kennen.
In het voorjaar van 1923 staat er een kleine advertentie in de Drachtster Courant met de tekst: “Een Dada avond, door K. Schwitters, vrijdag 13 april, 8 uur ’s avonds, entree f 1,-. De Phoenix in Drachten.”
Het is een kleine maar opvallende advertentie die, net als het dada-affiche van Van Doesburg, is gedrukt in een mengeling van hoofdletters en kleine letters. Die avond klinkt ook de Ur-sonate van Kurt Schwitters. Het zou de laatste Dada-avond worden in Nederland.

Geometrie en abstractie
Het valt voor kunsthistorici niet mee, om het werk van Thijs Rinsema onder te brengen bij een van de vele geometrisch abstracte kunststromingen die elkaar aan het begin van de twintigste eeuw snel opvolgden, maar ook lange tijd naast elkaar bestonden. Misschien is het beter om de werken van Rinsema in een context te plaatsen en vervolgens de toeschouwer zelf de verbindingen te laten ontdekken.
Dat is dan ook de opzet van deze tentoonstelling. Een selectie van kunstenaars die in dezelfde beeldtaal werkten als Thijs komen hier aan bod.

Zo zijn er onder meer werken te zien van Bart van der Leck (De Stijl), Otto van Rees (kubisme), maar ook van Albert Fiks (kubisme en abstract). Soms gaat het om volledig abstracte, constructivistische werken. Maar ook kunstenaars die de werkelijkheid maar enigszins in contouren vatten, passeren de revue.

Drachten
De echtgenote van Jan Planting, schilder in Drachten, herinnerde zich:  “In 1947, niet lang voor de dood van Thijs, bracht hij op een bakfiets een heleboel schilderijen bij ons. Ik denk dat het er wel ongeveer 400 waren.
Er was van alles bij; vooral doeken waarvan hij vond dat ze niet goed genoeg waren. Thijs zei erbij:  ‘Jan, ik heb er toch niets meer aan en bij mij staan ze maar in de weg. Ik denk dat jij er nog wel wat aan hebt. Je kan er toch altijd iets van jezelf op schilderen.’ ”

Dit citaat toont aan dat Thijs Rinsema niet alleen deel uitmaakte van de internationale avantgarde, maar ook kennis had van en vriendschappen onderhield met zijn collega’s in Drachten. Naast voornoemde kunstenaar waren dat bijvoorbeeld ook Ids Wiersma, Jan Frearks van der Bij en Gerard Padieske.

Museum Dr8888 Twitter

Collectie

luidger-en-singelland-2011-043 aldrik-salverda-zt-gemengde-techniek-2-klein rinsema1 rinsema4 <Digimax S600 / Kenox S600 / Digimax Cyber 630> dada3 secretarisvogel-diverse-gebruikvoorwerpen-73x79x31cm aanwinsten1 rinsema8